Engelen, Bezemer, Minsky, Keen, van Egmond

In mei 2018 bereikten de prijzen van bestaande koopwoningen het hoogste niveau ooit. Dit blijkt uit het onderzoek naar de prijsontwikkeling van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van het CBS en het Kadaster. Kunnen wij dit wel betalen?

Iedereen lijkt blij te zijn met de stijgende huizenprijzen, en als je je huis gekocht heb net voor de crisis in 2008 snap ik. Je hebt immers een hypotheek die meer waard is. Maar woningen worden in Nederland vaak gekocht met een hypotheek, waarover je rente moet betalen. Als de huizenprijzen stijgen sinds 2015, zullen mensen wel meer zijn gaan verdienen zodat ze kunnen betalen?

  1. AIQ omlaag
  2. Besteedbare inkomen niet gestegen, MAAR
  3. BBP per hoofd bevolking omhoog
  4. Egolosich (herman dali) BBP daalt! Real progress indicators. Niet welvaart maar Welzijn.
  5. Private schulden t.o.v. besteedbaar inkomen skyhigh!
  6.  Percent of Fortune500 companies with 2015 subsidaries in top 20 tax havens.
  7. Bedrijven zijn meer gaan sparen CBS, spaaroverschot DNB. Kasreserves zijn enorm.
  8. Door loonmatiging is de vraag achter gebleven en dus  zijn die kasreserves nodig voor share buyback en acquisitions
  9. Dit resulteert in chargijn en xenofobie en vuchtelingen enzo
  10. De sameleving scheidt zich door opleidingsniveau, in de elite is een soort van D66 elite.
  11. er zijn verliezers van de mondiale wereldorde, en dat is terecht
  12. Dit wordt niet serieus genomen
  13.  Politieke leden laten het afweten, 300k leden, 10% actief 30k. Alle publieke en semi publieke posities worden daarover verdeeld. Campagnepartijen.
  14. Gebrek aan democratische middelen om terug te fluiten en wordt nu zelfs afgepakt. beloftes niet nagekomen dan keert men zich af.

Winst gaat steeds vaker naar financiele, i.p.v. productieve kanalen.

Geldscheppen van banken. Jij gaat schuld aan bij een bank. Die creert op dat moment geld en dan komt via jou in de economie. kredietverlening is dus ongesturrde geldschepping en is ongeveer 90% van het Europese geld in omloop. Dit private geldscheppen is lastig voor de overheid om te controleren. Maar dat moet wel. Dit probeer banken echter tegen te houden. En is de reden waarom Het eigen vermogen van banken is nog steeds heel laag. Eigen vermogen zijn schuldtitels. Zelf risico bepalen en dat kunnen ze niet.

Dit systeem werkt procyclisch. Banken lenen een hoop geld uit, bijvoorbeeld door hypotheken. Daardoor stijgen de huizenprijzen en lijkt het vermogen toe te nemen van mensen. Hierdoor lenen de banken meer geld uit. Het zijn echter dezelfde stenen waar steeds meer voor wordt betaald. Consumptie stijgt, door het nieuwe geld wat in de economie wordt gepompt maar berust fundamentaal op schulden die aangegaan zijn. Het lijkt dus goed te gaan met de economie, en banken lenen nog meer uit. Het werkt zichzelf in de hand. En kan alleen doorgaan tot de volgende crisis

Bottomline is: de winsten zijn privaat, maar het verlies is publiek en de crisis ook.

Schuld an sich is geen probleem. Dat kan de economie boomen.

Private schulden in plaats van publieke schulden zijn het probleem. Nederland is kwetsbaar voorfinanciele schokken op de markt. 135 miljard banken gered, 52 miljard extra uit economie.

Schulden zijn toegenomen.

Geldcreatie ging eerst naar bedrijven en economische groei. Nu naar huizenprijzen en speculaties in het financiele model.

Hoeveel geld is er geschept?

Financialisering

Banken scheppen geld. Banken begeven zich op financiele markten. Pensioenfondsen doet dat ook en beleggen in hoge rendementen.

Oplossingen

Ons geld

Voll Geld

Het besteedbaar inkomen is in ieder geval niet gestegen.

Het reëel besteedbaar inkomen van Nederlandse huishouden sinds de jaren tachtig nauwelijks gestegen: in vergelijking met 1977 is er maar een paar procentpunt bijgekomen.

Het besteedbaar inkomen loopt teru doordat bedrijven steeds minder voor arbeid te betalen, nu ze hun werknemers over de wereld vandaan kunnen halen en ze dankzij de flexibilisering van de arbeidsmarkt over een groot en groeiend groep werknemers kunnen beschikken.

Dit is ook te zien als je het besteedbaar inkomen vergelijkt met het BBP per hoofd van de bevolking. Er is meer verdiend, maar er is niet meer uitbetaald. In bijna veertig jaar tijd is de groei van het besteedbaar huishoudinkomen per persoon in totaal 40 procentpunt achtergebleven bij de groei van het bbp per inwoner.

De grootste toename van het aandeel in het BBP heeft de afgelopen decennia echter plaatsgevonden bij bedrijven. Sinds de jaren tachtig is het aandeel bijna verdrievoudigd.

Het besteedbaar inkomen wat er bij gekomen is, is ook onevenredig verdeeld. Zie in de figuur de ontwikkeling van het primaire inkomen (voor herverdeling) en besteedbaar inkomen (na herverdeling) van huishoudens zien sinds 2000, opgedeeld in decielen. De armen zijn er op achteruit gegaan, de rijkere een stukje vooruit.

Dit is ook te zien in de arbeidsparticipatie. De werkloosheid van middelbaaropgeleiden sinds het begin van deze eeuw voor het eerst structureel hoger ligt dan voor hogeropgeleiden.

De middenklasse heeft dus niet echt mee geprofiteerd de laatste jaren. Het besteedbaar inkomen en de arbeidsparticipatie zijn achteruit gegaan!

Maar het BBP is toch gegroeid? Waar is dat geld dan heen?

De arbeidsinkomenquote (AIQ), is het deel van het nationale inkomen dat naar lonen gaat. De grafiek laat zien dat de AIQ sinds de jaren zeventig structureel is gedaald. In de jaren zeventig lag de gemiddelde AIQ nog op 78,5 procent. In de jaren tachtig was dat al naar gemiddeld 76 procent gedaald, en in 2016 was de AIQ nog maar 73 procent. De dalende AIQ is een mondiale trend voor ontwikkelde landen.

Het aandeel van het nationaal inkomen dat naar arbeid gaat wordt steeds kleiner en het aandeel dat naar kapitaal gaat dus steeds groter.

Wat doe je hieraan?

Het verbeteren van de onderhandelingspositie van werkenden kan helpen om de verschuiving van inkomen uit arbeid naar kapitaal tegen te gaan. In Nederland specifiek speelt mee dat er sprake is van een toenemende flexibilisering. Het aantal werknemers met een vast contract daalt hard, terwijl er steeds meer zelfstandigen en werknemers met een flexibele arbeidsvorm bijkomen. De toegenomen flexibilisering vermindert de onderhandelingspositie van werknemers en maakt een cao minder representatief en relevant, omdat steeds meer groepen daarbuiten vallen. Bedrijven, en zeker multinationals, zijn vaak wel goed georganiseerd en opereren vaak internationaal. Een andere complicerende factor is dat multinationals ook buiten de landsgrenzen opereren, waardoor zij geloofwaardiger kunnen dreigen bedrijfsactiviteiten naar het buitenland te verplaatsen als de looneisen hoog zijn. Het valt te verwachten dat de onderhandelingspositie van werkenden door flexibilisering zwakker wordt en dat dit zo mogelijk het arbeidsinkomensaandeel verder onder druk zet.

De verslechterde onderhandelingspositie van werknemers kan ook samenhangen met het feit dat vakbonden aan relevantie en representativiteit hebben ingeboet. Het aantal werkenden in Nederland dat lid is van een vakbond is in de afgelopen veertig jaar bijna gehalveerd. Daar komt bij dat de leeftijdsverdeling van de vakbondsleden niet aansluit bij de leeftijdsverdeling van de beroepsbevolking. Als deze trend doorzet en vakbonden steeds minder relevant en representatief worden, kan dit de onderhandelingspositie van werkenden verder onder druk zetten, wat ook een drukkend effect kan hebben op de AIQ.

Een andere mogelijkheid om het dalende inkomensaandeel naar arbeid tegen te gaan is door gebruik te maken van de herverdelingsfunctie van belastingen.

Omdat de AIQ laag ligt, moeten de lonen omhoog om de koopkracht te verbeteren waardoor de consumptie aantrekt en de economie weer beter draait. Uitval van binnenlandse vraag was (en is) een van de grote problemen van de afgelopen jaren in Nederland. Ook leidt een lagere AIQ tot grotere ongelijkheid.

Dit wordt echter tegengehouden omdat  Ook de pensioenfondsen wil de lonen graag laag houden omdat zij anders de inflatie moeten indexeren in hun fondsen en dus minder uit kunnen keren.

Lage lonen goed voor de concurrentiepositie en handelsbalans

Lage lonen zorgen voor goedkoop arbeid, waardoor Nederlandse bedrijven internatinaal gezien aantrellijk zijn. Loonsverhoging wordt dus tegengehoudeon om de export en de concurrentiepositie niet te willen verminderen. Een overschot hier, is per definitie, altijd een tekort ergens anders.

handelssaldo

Opgevangen door schulden

Nederland heeft een private schuld van 236 procent van het BBP en een huishoudschuld, in 1995 nog 148 procent van het beschikbaar inkomen, van 277 procent. Dit is hoger dan waar ook in de OESO-landen, met uitzondering van Denemarken. Al die schulden kunnen voor problemen gaan zorgen als  de rente weer gaat stijgen. De rente staat momenteel op 0.000%. Dit staat de rente al sinds ongeveer 2015.

Figuur 1

Figuur 1

Om een huis te kopen gaan mensen een hypotheek aan. Dit deden ze kort voor de huizenmarkt in elkaar stortte ook en heeft er toe geleid dat veel mensen een grote restschuld hebben op het huidige huis.

Bij ruim twee derde van de huishoudens met een woning met onderwaarde is de eigenaar jonger dan 45 jaar. Vaak is de woning vlak voor de crisis gekocht en is nog niet veel van de hypotheekschuld afgelost. Het zijn voornamelijk deze jongere huishoudens die bij (gedwongen) verkoop van de woning het risico lopen met een restschuld te blijven zitten. Ze kunnen dus geen kant op.

4044g2

Nu gebeurt weer hetzelfde. Mensen gaan hypotheken aan tegen een historisch lage rente, en zullen moeite hebben om het bedrag terug te betalen wanneer de rente omhoog gaat. Zeker als de lonen niet omhoog gaat. Stijgende rente, zonder gestegen lonen is bijna onmogelijk. Het is dus essentieel dat deze schulden niet aangegaan worden in een huizenbubbel. Er zal dus veel gebouwd moeten worden, om er voor te zorgen dat de prijzen van huizen op een realistischer niveau komen.

Hoge schulden kunnen ook opgelost worden door inflatie aan te wakkeren en de geldpers aan te zetten. Dat is het beleid waar de ECB voor gekozen heeft en hierin is het in Maart 2015 begonnen. Deze aankopen moeten zorgen voor inflatie van 2%. Hierdoor blijft de euro ten opzicht van andere munten relatief goedkoop. In December 2018 zal dit programma stoppen en de ECB heeft dan voor 2550 miljard aan obligaties opgekocht, hopende dat dit geld de economie aanwakkert. Maar dit is dus niet wat er gebeurt. Degene die hun obligaties verkopen, zoeken naar nieuwe investeringen die zorgen voor een goede winst, bijvoorbeeld vastgoed, crypto of de aandelenmarkt.

aex

Euronext100

CAC

DAX

Wanneer zijn schulden een probleem?

Als er groei is, no problem. Maar ecologisch plafond.

Wat is er nodig?

Eigenlijk is er maar een oplossing: geld bijdrukken. En dat is wat de ECB doet, het heet quantative easing.

Dit moet geinvesteerd worden in de energie transitie en onderwijs! Niet in stenen!

Om de ongelijkheid aan te pakken zijn radicalere ingrepen in de internationale economische orde nodig, denk aan:

  • restricties op internationaal kapitaalverkeer
  • Een agressievere strijd tegen belastingontwijking
  • Meer steun voor vakbonden
  • Minder vrijhandelsverdragen
  • Een transactiebelasting om speculatie tegen te gaan
  • Minder bescherming voor intellectueel eigendom
  • Veel hogere eigen vermogenseisen voor banken en een mededingingsbeleid met tanden.