Het Grondstoffenakkoord

De transitie naar een circulaire economie is in volle gang. Een circualire economie is een economie die binnen ecologische randvoorwaarden efficiënt en maatschappelijk verantwoord omgaat met producten, materialen en hulpbronnen, zodat ook toekomstige generaties toegang tot materiële welvaart behouden. Nederland wil 50% reductie van primaire grondstoffen in 2030 t.o.v. 2017 om deze transitie te bewerkstelligen. Een ambitieuze doelstelling dus.

In 2014 zag het plaatje van de grondstoffen doorgang er zo uit:

nulmeting

Onze samenleving draait op wat de aarde en de economie ons bieden: we gebruiken grondstoffen voor voedsel, onderdak, warmte, kleding, elektrische apparaten en mobiliteit. Die behoefte aan grondstoffen neemt de komende jaren toe, in Nederland en de rest van de wereld. Tegelijkertijd verspillen we nog veel grondstoffen waarmee we onnodig waarde verloren laten gaan, het milieu vervuilen en het klimaat beïnvloeden. In 2050 zijn er naar verwachting ruim negen miljard mensen die voldoende voedsel en schoon water nodig hebben en gezond, veilig en in welvaart willen leven binnen de grenzen die de planeet ons stelt (‘sustainable development goals’, de SDG’s). Om dat mogelijk te maken, moeten en kunnen we in actie komen. Het is tijd voor de circulaire economie.

circulair denkenmate van circulariteit.PNG

Op 14 september is daarom het Rijksbrede programma Circulaire Economie, getiteld ‘Nederland Circulair in 2050’ aangeboden aan de Tweede Kamer. Nederland heeft een goede uitgangspositie om dit waar te maken.

uitgangspositie

Nederland heeft al vroeg maatregelen genomen om het storten van afval terug te dringen. Mede hierdoor heeft het een van de hoogste recyclingpercentages in Europa. Nederland heeft veel kennis over scheidingstechnologie en het logistieke systeem rondom afvalinzameling en recycling.

Deze ervaring en kennis kunnen worden gebruikt in de verdere ontwikkeling van een circulaire economie in Nederland maar ook daarbuiten. Daarnaast worden veel grondstoffen via Nederland getransporteerd, waardoor ons land geschikt is als scharnierpunt (grondstoffenrotonde).

Hoofdpunten zijn:

  • Grondstoffen in bestaande ketens worden efficiënt en hoogwaardig benut;
  • Waar nieuwe grondstoffen nodig zijn, worden waar mogelijk fossiele, kritieke en niet-duurzaam geproduceerde grondstoffen vervangen door duurzaam geproduceerde, hernieuwbare en algemeen beschikbare grondstoffen;
  • Nieuwe productiemethodes en producten worden circulair ontworpen, gebieden anders ingericht en nieuwe manieren van consumeren bevorderd waardoor de gewenste reductie, vervanging en benutting van grondstoffen ter versterking van de economie een extra impuls krijgt.

Er zijn 5 transitieagenda’s. Elke transitieagenda heeft onwikkelrichtingen voor 2021, 2025 en 2030 en actie-, kennis, sociale- en investeringsagenda.

(1) Biomassa en voedsel

Hierin staat wat er nodig is om onze voedselvoorziening circulair te maken. Dat begint met het verregaand terugdringen van voedselverspilling en het verminderen van de consumptie van dierlijke eiwitten. De dierlijke eiwitketen legt namelijk een groot beslag op vruchtbare landbouwgrond en kent veel negatieve gevolgen voor dier en milieu. De agenda kijkt ook naar biomassa in bredere zin. De mondiale vraag naar biomassa zal fors toenemen om in de behoeften aan voedsel, materialen en energie te voorzien. Daarom is het essentieel in te zetten op vergroting van het aanbod duurzaam geproduceerde biomassa, circulair en regeneratief gebruik van nutriënten en bodem, en optimaal gebruik van biomassa via cascadering en meervoudige verwaarding. Door fossiele en kritieke grondstoffen voor bijvoorbeeld bouwmaterialen en kunststoffen te vervangen kan biomassa ook bijdragen aan circulariteit in andere sectoren. Uitvoering van deze transitieagenda draagt ook bij aan CO2-reductie in het kader van het klimaatbeleid. De jaarlijkse besparing kan oplopen tot ongeveer 10 Mton CO2 equivalenten.

Inhoudelijke actielijnen en doelen.

  • Vergroten van het aanbod van duurzaam geproduceerde biomassa.
    • Vergroting van de binnenlandse houtproductie door gericht bosbeheer (soortensamenstelling, kwaliteit plantmateriaal, bodemontwikkeling, teeltsystemen) en aanleg van bossen en beplantingen.
    • Stimuleren van de ontwikkeling van niet-grondgebonden biomassa.
  • Circulair en regeneratief gebruik van bodem en nutriënten.
    • 60-70% benutting van stikstof en >95% benutting van fosfaat, kalium en micronutriënten over de hele kringloop in veevoeder, meststoffen, voedingsmiddelen en andere nutriëntenproducten in 2050.
  • Optimale verwaarding van biomassa en reststromen tot circulaire, biobased productenbiobased producten.PNG
    • Voor kunststoffen voor de Nederlandse markt is het doel 15% vervanging van fossiele- door biobased grondstoffen in 2030 en 30% vervanging in 2050. Dit geldt ook voor geïmporteerde kunststoffen
  • Vermindering voedselverspilling.
    • Halvering van voedselverliezen in de keten in 2030.
  • De eiwittransitie naar meer plantaardige eiwitten.
    • De verhouding tussen dierlijk- en plantaardig eiwit in ons dieet, is in 2050 ten opzichte van nu omgedraaid van 60% dierlijk, 40% plantaardig naar 40% dierlijk en 60% plantaardig. De totale eiwitconsumptie per persoon is in 2050 met 10-15% gedaald.
    • Niet later dan in 2050 is de voetafdruk (gemeten in onder meer landgebruik, broeikasgas-uitstoot en stikstofverliezen) van in Nederland geproduceerd eiwit met 50% gedaald, resulterend in een totaal besparingspotentieel van 12,5 Mton CO2-eq-emissie (productie 4,5 Mton, consumptie 8 Mton)
  • Feeding and greening megacities als Nederlands verdienmodel.
    • Ontwikkeling van integrale concepten voor een circulaire voedselvoorziening voor megacities. Inclusief aandacht voor de verwerking van reststromen en afvalwater, logistiek, water-management en klimaatadaptatie.

(2) Kunststoffen

Momenteel wordt in Nederland slechts 250-300 Kton kunststof per jaar gerecycled, terwijl kunststofproducenten circa 2.000 Kton op de markt brengen. Alle kunstoffen moeten in 2050 circulair zijn. Ze hebben een kleine milieuvoetprint en zijn gemaakt van gerecyclede of hernieuwbare kunststoffen van een gegarandeerde kwaliteit. Er is niet langer sprake van verbranding van plastics. Onnodig materiaalgebruik behoort tot het verleden. Met de circulaire  kunststofeconomie levert de sector een bijdrage aan de klimaatdoelstellingen. Er worden geen zorgwekkende stoffen in kunststoffen verwerkt die een gevaar kunnen opleveren voor de volksgezondheid en het ecosysteem. Door het sluiten van de kunststofketen zorgen producenten, retailers én consumenten ervoor dat macro- en microplastics niet langer naar het milieu lekken.

Inhoudelijke actielijnen en doelen.

  • De afvalverbranding zal in 2030 zijn afgenomen met 44%, van in totaal 1.313 kton (2016) naar 740 kton (2030). Deze afname wordt verklaard door:
    • Meer gescheiden inzameling door meer milieustraten met meer bakken voor harde kunststoffen en meer en betere sorteerinstallaties
    • De ontwikkeling van betere nascheiding van kunststoffen uit restafval;
      de ontwikkeling van ‘closed loop’ retoursystemen (bv. bij matrassen) als gevolg van EPR-systemen voor meubels, kleding, gevelbouw, en de automotive
    • Afname van de export van ongesorteerde plastics (vooral naar China) door strengere controle hier (ILT) en door importrestricties elders.

plastics europe.PNG

(3) Maakindustrie

Hierin staat hoe we de voorzieningszekerheid van kritische materialen kunnen vergroten, de milieudruk van producten uit de maakindustrie kunnen verlagen, en de materiaalkringlopen van producten uit de maakindustrie kunnen sluiten. De transitieagenda heeft een focus op grondstoffen, met bijzondere aandacht voor kritische aardmetalen omdat deze in toenemende mate worden gebruikt in hightech-producten en noodzakelijk zijn voor de energietransitie. Zonder kritische aardmetalen geen windmolens, zonnepanelen, accu’s en elektrische auto’s. Bij groeiende welvaart en wereldpopulatie neemt het risico toe dat deze materialen voor Nederland en andere Europese landen minder gemakkelijk tegen acceptabele kosten beschikbaar zullen zijn. Circulaire economie is daarom voor de maakindustrie een must.

Inhoudelijke actielijnen en doelen.

  • Circulair Ontwerpen
    • In de periode 2018 – 2021 minimaal één icoon-traject per markt.
    • Voor 1 januari 2019 zijn structuur en financiering voor een kenniscentrum circulair design en businessmodellen
    • Branden van Nederlandse kennis en samenwerkingsvaardigheden als exportartikel /exportservice.
  • Leveringszekerheid Kritieke Grondstoffen
    • Lancering van de grondstoffenscanner per 1 januari 2018 en het uitrollen van een kennisoverdrachtsprogramma. https://www.grondstoffenscanner.nl/
    • Voor 1 januari 2019 maken van een definitieve risicoanalyse van toekomstige vraag naar schaarse grondstoffen en hoe dit doorwerkt in de keten.
    • Voor 1 januari 2019 is er een meerjarenprogramma opgesteld, gericht op substitutie van kritieke grondstoffen op materiaal- en productniveau.
    • Voor 1 januari 2019 is er een nationaal beleid gericht op leveringszekerheid van kritieke grondstoffen met Europese koploper-landen.
    • In 2019 minimaal 1 icoon-project met ‘urban mining’ uitgevoerd dat schaalbaar is.
  • Uniforme Uitgangspunten en Rekenmethoden
    • Voor de zomer 2018 is er een concrete overeenkomst tussen alle stakeholders, om te komen tot een nationaal stelsel voor milieuprestatie-producten, in afstemming met Europese en internationale ontwikkelingen en met oog voor een ‘level playing field’ voor internationaal opererende ondernemingen.
    • In 2018 en 2019 wordt er gewerkt aan een ‘proof of concept’ van een database en een standaard binnen een aantal ketens (minimaal drie). En wel met alle partijen; opdrachtgevers, ontwerpers, producenten etc.
    • Voor 1 januari 2020 geeft de overheid politiek richting aan hoe we milieuprestatie in producten in beleid kunnen omzetten.
    • Voor 1 januari 2022 is er een systeem van database en standaard operationeel.
  • Materiaalefficiency
    • Voor 1 januari 2019 is er een manifest over de waardering van materiaal-efficiency van producten en diensten in de context van de Europese ontwikkelingen rondom Ecodesign.
    • Voor 1 januari 2020 geeft de overheid politiek richting aan de ontwikkeling van een stelsel (fiscaal, regulerend, stimulerend en economisch), gericht op het voorkomen van waardeverlies van producten en diensten.
    • Voor 1 januari 2022 is het stelsel operationeel.
  • Recycling Technologie – Sluiten Kringlopen
    • Voor 1 juli 2018 is door de industrie een concreet overzicht van belemmerende regelgeving voor het sluiten van kringlopen, nationaal en Europees opgesteld. Het overzicht is, passend in de structuur van ruimte in regels, voorzien van concrete cases.
    • Voor 1 januari 2019 is er politiek antwoord op deze belemmeringen gericht op het wegnemen of anders oplossen van de belemmerende regelgeving.
    • Voor 1 januari 2020 is er een technologische routekaart voor de optimale recycling van kritieke grondstoffen opgesteld.
    • In de periode 2018 -2022 zijn er minimaal 2 icoon-projecten, gericht op recyclinginnovaties in verschillende product/materiaal gebieden.
  • Faciliteren Circulaire Businessmodellen
    • Voor 1 januari 2019 hebben de financiële instellingen en de industrie een routekaart opgesteld ten behoeve van de circulaire financieringen voor de maakindustrie en haar producten. Nadrukkelijk onderdeel hiervan zou moeten zijn fiscale stimuleringsmaatregelen voor circulaire proposities. Bijvoorbeeld de transitie van de belasting op arbeid naar belasting op verbruik of een verlaagd btw-tarief voor circulaire c.q. hergebruikte producten.
    • Voor 1 juli 2019 is er politiek richting gegeven aan het fiscale stimuleringsbeleid voor circulaire producten.
  • Circulair Inkopen
    • Voor 1 juli 2018 is er een ‘proof of concept’ voor circulaire principes in inkooptrajecten, waarin aandacht is besteed aan inkopen met afweging op informatie over levenscyclus, ‘end of life’, CO2-footprint, kosten/performance (incl. transport), grondstoffen en waardeverlies.
    • Voor 1 januari 2019 is er politiek richting gegeven aan het implementeren van deze principes bij overheidsinkopen op nationaal- en regionaal niveau.
    • Voor 1 juli 2019 is er een actieplan voor het wegnemen van resterende obstakels bij circulair inkopen. Hierbij kan men denken aan het aanpassen van de tenderregels en financiële systemen/boekhoudingen, zoals betalen per maand, geld terugkrijgen d.m.v. asset recovery.
    • In de periode 2018 – 2019 worden er vijf icoon-projecten gerealiseerd, waarvan minimaal één bij de rijksoverheid en twee bij regionale overheden.

(4) Bouw

Hierin staat behandeld hoe onze gebouwen en infrastructuur zoals wegen, bruggen, dijken, spoor en riolering de transitie gaan maken. Deze bestaan nu nog uit grote hoeveelheden, vaak zware materialen, zoals steen, beton en staal. De winning, bewerking en transport zorgen voor een (te) hoge belasting van de aarde. Daarom moeten we ervoor zorgen dat grondstoffen in de keten van de bouw zoveel mogelijk behouden blijven en er meer gebruik wordt gemaakt van biobased materialen. Het betekent dat we onze gebouwen en infrastructuur zo gaan ontwikkelen dat alle materialen en grondstoffen herbruikbaar zijn en we geen fossiele energiebronnen meer gebruiken. De nadruk ligt op het realiseren van hoogwaardig(er) hergebruik in alle deelmarkten van de bouw.

Inhoudelijke actielijnen en doelen.

Uiterlijk in 2021 moet de bouwsector beschikken over:

  • Een eerste serie innovatieve producten en diensten voor circulair bouwen.
  • Een concrete vraag naar circulaire producten en diensten, bijvoorbeeld bij overheidsopdrachten. Alle overheidsaanbestedingen moeten daarom circulair in 2030. Ook moet er concrete overheidsnomren omtrent circulariteit in de bouw worden gesteld.
  • Kennis, ervaring en instrumenten bij voldoende mensen en de juiste mensen in de totale bouwketen. Oprichting van kennisinstituut circulair bouwen.
  • Geen remmende, wel stimulerende wetten en regels.
  • Voldoende prikkels voor R&D, experimenten, prototypen en concrete projecten. Er moet subsidie komen voor circulaire business- en verdienmodellen.
  • Begrip, draagvlak, herkenbare voordelen, bewustwording. Opzet en bewustwordingscampagne circulair bouwen.
  • Uitgewerkte opvattingen over sociaal-innovatieve arbeidsorganisaties.
  • Gemeenschappelijke taal en instrumenten om circulariteit in projecten te duiden en meten.
  • Een concreet plan om de verduurzaming van de woningvoorraad en de opgave van één miljoen extra woningen in tien jaar samen met ‘De Bouwagenda’ op te
    pakken en zo circulair mogelijk uit te voeren.
  • Nauwkeurige kennis en een plan van aanpak om CO2-uitstoot in bouw in 2030 te halveren en in 2050 geheel uit te bannen.
  • Uiterlijk in 2020 besluit over Materialenpaspoort

(5) Consumptiegoederen

Hier wordt onderscheid gemaakt tussen producten met een korte omloopcyclus (zoals verpakkingen en wegwerpmaterialen) versus producten met een middellange en lange omloopcyclus (zoals kleding en wasmachines). In 2050 gebruiken we producten met een korte omloopcyclus allereerst veel minder. Wat we nog wél gebruiken is zo gemaakt dat het eenvoudig opnieuw te gebruiken is of goed te recyclen. Het inzamelen gebeurt eenduidig, of je nu in Nijmegen of Nijkerk woont. Of je nu thuis, op het werk of onderweg bent. Bij producten met een (middel)lange omloopcyclus behoudt de producent controle over zijn product. De producent kan hierbij streven naar een optimale gebruiksduur en hoogwaardige herbenutting van de producten, onderdelen en grondstoffen. Dit levert winst op voor het milieu én de portemonnee van deze bedrijven, onder meer door een stevige klantenbinding en lagere kosten voor grondstoffen. Voor de klant betekent het een toegenomen kwaliteit van producten en minder rompslomp.

Inhoudelijke actielijnen en doelen.

De kern van de maatregelen op generiek niveau richt zich op:

  • Het realiseren van een prijs waarin de externe kosten zijn meegenomen, zoals de sociale en milieukosten. Door de voorgestelde maatregelen worden prijzen van hoogwaardige, gerecyclede grondstoffen lager en van virgin materialen hoger.

De kern van de concrete maatregelen voor producten met een korte omloopcyclus ligt in:

  • Het reduceren van deze producten.
  • Het voorkomen van het gebruik van onnodige materialen staat centraal.
  • Producten met een korte omloopcyclus die nog wel worden gebruikt moeten zo zijn gemaakt dat ze eenvoudig opnieuw te gebruiken dan wel goed te recyclen zijn. Dit op basis van niet-toxische, bij voorkeur biobased, grondstoffen.
  • Het inzamelen van deze materialen eenduidig gebeuren, zodat gewenst gedrag van burgers overal wordt gestimuleerd.

De kern van de acties voor producten met een middellange en lange omloopcyclus is:

  • Het gezamenlijk ontwikkelen van nieuwe business- en verdienmodellen. Hierbij staat centraal dat de producent verantwoordelijk blijft voor de producten.
    • De producent kan hierbij streven naar een optimale gebruiksduur en hoogwaardige herbenutting van de producten, onderdelen en grondstoffen. Dit levert winst op voor het milieu en voor de betrokken bedrijven, onder meer door een stevige klantenbinding en lagere kosten voor grondstoffen.
    • Voor de klant betekent dit een toegenomen kwaliteit van producten, minder rompslomp en een gespreid financieel risico.

Bronnen:

https://www.circulaireeconomienederland.nl/grondstoffenakkoord/default.aspx

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2018/01/15/totstandkoming-van-de-transitieagenda-s-uit-het-grondstoffenakkoord

http://themasites.pbl.nl/circulaire-economie/